Garum

Een kostelijk goedje,
goud als oude honingwijn,
de fijnste soorten peperduur
– voor de allerrijksten –
het bruinig droesem voor het plebs.

Meest geliefd het garum sociorum,
gebrouwen in stinkende fabriekjes
aan de kust van Baetica,
voor in stoofpotten, soepen,
ovenschotels en desserts.

Voor de Romeinse tong geofferd,
scholen makrelen, ansjovissen,
sprotjes, zilverflankige sardienen,
harders en tonijnen die in de
warme Mare Nostrum wilden paren.

Opengesneden, het vlees gepekeld,
kieuwen, ingewanden, bloed,
in bakken en kruiken
in de brandend hete zon gezet
om langzaam te vergisten.

De metamorfose voltooid,
het amberkleurig sap
in het hele Rijk verhandeld,
van Lusitania en Pompeï
tot Lixus en Noviomagus aan toe.

Copyright Degenaar, M. (2016, december)